Wet op het vrijwilligerswerk

« Terug naar het overzicht

1. DEFINITIES:

Vrijwilligerswerk:  dient verricht te worden ten behoeve van andere personen, een groep, een organisatie of de samenleving in zijn geheel
Feitelijke vereniging:  elke vereniging zonder rechtspersoonlijkheid van een aantal personen
die in onderling overleg een activiteit organiseren met het oog op de verwezenlijking van een onbaatzuchtige doelstelling met uitsluiting van enige dienstverlening onder haar leden en bestuurders en die een rechtstreekse controle uitoefenen op de werking van de vereniging.

 

2. INFORMATIEPLICHT:

De organisatie moet kunnen aantonen dat elke vrijwilliger op de hoogte is/kan zijn van de verschillende elementen die tot de informatieplicht behoren. De organisatie kan deze plicht op verschillende manieren vervullen. Mogelijkheden zijn: het publiceren via een website, het ledenblad, een folder, een aanplakking in het lokaal,… Let wel: de organisatie moet kunnen bewijzen dat de vrijwilligers geïnformeerd werden!

Welke elementen moet je verplicht meedelen aan vrijwilligers?
 (Onbaatzuchtige) doelstelling van je organisatie
 Juridisch statuut (bij feitelijke vereniging de identiteit van de verantwoordelijken/bestuur)
 Verzekering: verplichte + eventueel de extra verzekering (maatschappij en polisnummer)
 Onkostenregeling
 Geheimhoudingsplicht
U kan deze elementen opnemen in een korte folder. Een voorbeeld hiervan vind je als bijlage.

 

3. VERZEKERINGSPLICHT:

De verzekering voor burgerrechterlijke aansprakelijkheid is enkel verplicht voor de verenigingen die op gestructureerde wijze hun activiteiten uitoefenen. Dit zijn: vzw’s of publieke rechtspersonen, feitelijke verenigingen met personeel en feitelijke verenigingen die vallen onder een koepelorganisatie.
Deze verenigingen zijn verplicht tot het afsluiten van een verzekering burgerrechtelijke aansprakelijkheid, met uitzondering van de contractuele aansprakelijkheid. Het afsluiten van zulke verzekering zorgt er voor dat de vrijwilliger niet burgerlijk aansprakelijk kan gesteld worden voor de schade die hij berokkent aan derden bij het verrichten van vrijwilligerswerk ingericht door de organisatie (behalve in geval van bedrog, zware fout of een wederkerende lichte fout van de vrijwilliger).

Mogelijke bijkomende verzekeringen (niet verplicht) zijn lichamelijke schade en rechtsbijstand. Indien
de vereniging dergelijke extra verzekering afsluit, dient zij dat te vermelden in het document waarmee de vereniging zijn informatieplicht vervult.
De wet voorkomt bovendien dat vrijwilligerswerk wordt uitgesloten van dekking van de familiale polis burgerrechterlijke aansprakelijkheid. Vrijwilligers van een feitelijke vereniging zonder verzekering worden op die manier beschermt.

De verzekering die FedOS aanbiedt zijn :
 Verzekering Burgerlijke Aansprakelijkheid
 Verzekering Burgerlijke Aansprakelijkheid en Lichamelijke Ongevallen
Van beide verzekeringen vindt U in bijlage een korte polisinhoud.

 

4. ONKOSTENVERGOEDING:

Vrijwilligerswerk is meestal onbezoldigd, maar er zijn twee mogelijke systemen om vrijwilligers te
vergoeden.

  • Forfaitair of vast:

Maximumbedrag per dag/jaar dat jaarlijks geïndexeerd wordt. Huidige maxima: €31,44 per dag en €1257,51 per jaar. De grensbedragen gelden per vrijwilliger, ook al zet hij/zij zich in voor verschillende organisaties. Er zijn geen bewijsstukken nodig. De vrijwilliger dient dit niet aan te geven op zijn/haar belastingsbrief.

Goede administratie en boekhouding zijn nodig, want er is fiscale inspectie mogelijk. De organisatie is verplicht een nominatieve lijst (register) bij te houden met de vermelding van de uitgekeerde sommen per vrijwilliger.

Het is niet duidelijk wat de gevolgen zijn voor de vereniging indien een vrijwilliger de maxima overschrijdt. Het is daarom aan te raden de vrijwilliger een verklaring op eer te laten ondertekenen, waarin je de vrijwilliger op zijn/haar verantwoordelijkheden wijst om te controleren dat hij/zij de grensbedragen niet overschrijdt door zich ook bij een andere organisatie vrijwillig in te zetten. Een voorbeeldje hiervan vind U als bijlage.

Door een recente wetswijziging is een combinatie van de forfaitaire kostenvergoeding met een terugbetaling van de reële vervoerskosten nu ook mogelijk. De rëele vervoerskosten worden daarbij jaarlijks geplafonneerd op 2.000 maal de kilometervergoeding voor het gebruik van een wagen. Dit komt neer op € 691,20. Het totale bedrag per kalenderjaar aan uitgekeerde vervoerskosten mag in deze combinatieformule de € 691,20 dus niet overschrijden. Vervoerskosten kunnen bestaan uit:
• het gebruik van het openbaar vervoer
• het gebruik van de eigen wagen (de maximale kilometervergoeding bedraagt € 0.3456/km)
• het gebruik van de eigen fiets (de maximale kilometervergoeding bedraagt € 0.21/km)

  • Reële of werkelijke kosten:

Een organisatie kan haar vrijwilliger een vergoeding geven voor vervoerskosten (openbaar vervoer of auto), verblijfskosten (hotel, eten), telefoonkosten (ook voor gesprekken die van huis uit gevoerd werden), kosten voor opleidingen en cursussen enz.

Dit systeem werkt met bewijsstukken. Ook dit geef je niet aan bij de belastingen.
Maximum kilometervergoeding: €0,3456/km
Je mag hier geen buitensporige bedragen vergoeden.

Een vrijwilliger mag beide systemen NIET COMBINEREN!!! In hetzelfde jaar moet de vrijwilliger één van beide systemen volgen. Een organisatie/vereniging kan WEL COMBINEREN, zij het bij verschillende vrijwilligers. (vrijwilliger X kan forfaitair systeem gebruiken en vrijwilliger Y het reële).

Het betreft steeds een onkostenvergoeding en zeker geen prestatievergoeding, noch een uurvergoeding.
 Vergoedingen in natura kunnen, maar mogen niet met regelmaat. Er mag geen systematiek vastgesteld worden in de vergoeding (iedere week je medewerkers trakteren op eten kan dus niet bv)

De nieuwe wet bevat ook nieuwe bepalingen met betrekking tot vrijwilligerswerk van:
Werklozen/Bruggepensioneerden moeten 14 dagen voor de aanvang van het vrijwilligerswerk aangifte
doen bij de RVA via formulier C45B. (ze moeten wel niet meer wachten op goedkeuring van de RVA)

Mensen met een uitkering van het ziekenfonds moeten een akkoord hebben van de adviserende
geneesheer van het ziekenfonds.

Leefloners en bijstandsgerechtigden dienen hun dossierbeheerder van het OCMW op de hoogte te
brengen van hun vrijwilligersactiviteiten.

 

 

Aanvraagformulier